maandag 22 mei 2017

Anton Brand over Zondagavondbuurt van Paul Gellings

Afgelopen zaterdagnamiddag hadden we een bijzonder geslaagde boekpresentatie van Zondagavondbuurt van Paul Gellings. Boekhandel Westerhof telde ruim 100 aanwezigen en verkocht na de presentatie ook ene mooie stapel boeken.




Anton Brand hield bij de presentatie een gloedvol laudatio. Dit is die toespraak:

Presentatie Zondagavondbuurt van Paul Gellings
Zwolle, Boekhandel Westerhof, zaterdag 20 mei 2017


 Gevraagd te worden om mee te lezen heb ik altijd een eer gevonden. Dat geldt zeker in het geval van Paul Gellings. Het is een voorrecht om een nieuw verhaal van zijn hand als een van de eersten te mogen lezen – en het is nog aardiger om de auteur te laten delen in je complimenten en kritische kanttekeningen. Rond Zondagavondbuurt hebben Paul en ik samen een hele reis achter de rug – waarover ik op zijn verzoek kort iets mag vertellen.

 Citaat van de uitgever: ‘In Zondagavondbuurt laat Gellings het genre van het korte verhaal tot grote hoogten stijgen. Zondagavondbuurt wordt een heus literair juweeltje.’ Dat is natuurlijk reclametaal, die u moet verleiden straks een exemplaar te kopen en door Paul te laten signeren, maar ’t is een beoordeling die ik van harte onderschrijf.

 Paul en ik kennen elkaar uit Groningen, lang geleden, maar echt bevriend raakten we pas nadat Paul in 2010 de overstap maakte van De Geus naar Uitgeverij Passage. Toen De zomer van Icarus verscheen, heb ik bij de presentatie Paul in het kantoor van Anton Scheepstra over die roman mogen interviewen. Twee jaar geleden, in 2015, heb ik het manuscript van de prachtige roman De jacht op de klaproos van kanttekeningen en redactionele suggesties voorzien.

Zondagavondbuurt is alweer de zesde titel van Paul Gellings die bij Uitgeverij Passage verschijnt – maar... het is de eerste verhalenbundel. Zeker wie hier in Zwolle goed bekend is met Pauls werk weet dat hij in 2007 een logboek voor De Stentor schreef over zijn omzwervingen door Overijssel, De passant. Het is te vinden op zijn website. Dat logboek had min of meer de vorm van korte verhalen – tot een verhalenbundel kwam het echter nog niet.

 Van de 14 verhalen in Zondagavondbuurt las ik 'De blinde vlek' als eerste. In 2013 bracht Anton Scheepstra een verhalenbundel uit (onder redactie van Gert Kortekaas en Martijn Lindeboom) waarin archeologie – opgravingen – en fictie met elkaar worden gecombineerd: oude vondsten in nieuwe verhalen. Die bundel heette Lagen in stad. Mijn verhaal in die bundel ging over een herontdekt poortje in de oude stadswal van Groningen, Het Sikkenspoortje. Paul koos voor een bronzen stylus, een schrijfstift, waarmee monniken de stadsgeschiedenis van Groningen optekenden. Alleen moet de monnik in Pauls verhaal, Bernulfus, zijn werk aan de historie van Groningen onderbreken omdat hij door kruisvaarders wordt afgevoerd naar het Heilig Land. De ondertitel van 'De blinde vlek' luidt dan ook 'Waarom de bronnen gedurende een aantal jaren zwijgen over Groningen'.

 Bij een tweede verhaal uit Pauls bundel, 'Familiepension Franz-Josef', raakte ik heel nauw betrokken. Uitgeverij Passage bestond vorig jaar, in 2016, 25 jaar, en samen met Lupko Ellen heb ik het initiatief genomen om door de auteurs en de vormgevers van de uitgeverij een jubileumboek voor Anton Scheepstra samen te stellen, PSSG. Paul liet me aanvankelijk weten dat hij een paar gedichten wilde bijdragen, maar schreef uiteindelijk dit intrigerende korte verhaal – waarin een lijk in de kast geen lijk blijkt maar met de huurder van de kamer waarin die kast zich bevindt het raam uit zweeft, de bergen en een nieuwe gezamenlijke toekomst tegemoet. PSSG hebben we op 23 oktober gepresenteerd en aan Anton aangeboden – maar toen zaten Paul en ik al volop in het vervolg, schrijvend aan en lezend in Zondagavondbuurt.

 Paul vroeg me in augustus of ik een nieuw verhaal met hem wilde meelezen, dat hij wilde publiceren in Hollands Maandblad. 'De slag om het Merwedeplein.' Toen hij het me stuurde, had hij het zelfs over ‘het voorlopige titelverhaal’ voor de hele bundel. U treft het nu aan als 'Merwedeplein 37', het voormalige woonhuis van Anne Frank. Van het een kwam het ander, en zo viel mij in de afgelopen maanden de eer te beurt Pauls verhalen als een van de eersten te mogen lezen – niet één keer, maar soms wel zes of zeven keer. In de praktijk betekent dat veel mailen, over en weer, en af en toe lange telefoongesprekken voeren. Het betekent ook, en dat zeg ik met nadruk, vertrouwen over en weer. Je moet alles tegen elkaar kunnen zeggen – en Paul is iemand tegen wie je alles kunt zeggen. Hij respecteert de autonomie van de meelezer, hij weegt de suggesties die hem zijn aangereikt, en daarna is het de schrijver in hem die beslist.

 En ja: Paul laat het genre van het korte verhaal tot grote hoogten stijgen. Zijn werk is onvergelijkbaar met dat van Maarten Biesheuvel, Maarten ’t Hart, Mensje van Keulen of F.B. Hotz – allen verhalenvertellers pur sang –, het heeft een volkomen eigen sfeer, een geheel eigen geluid, en het is ook meteen herkenbaar als een product van Paul Gellings. Dat heeft met mysterie te maken, met raadselachtigheid, die ook al zo mooi vorm kreeg in fraaie romans als Augustusland en De jacht op de klaproos. Het bijzondere is dat het eigenlijk niet erg is om de plot van een verhaal van Paul te verklappen – het gaat immers niet om de ontknoping, maar om de weg daarheen. Vol wendingen, soms heel curieus.

 Voorbeeld. In de openingsscène van 'De balgstuw' waait een meisje in een storm bijna van een dijk het water in, je denkt: mijn hemel, arm kind, arme ouders. Maar als ze op de achterbank van de auto is uitgesnikt, gaan we gewoon met z’n allen bij Waldo op bezoek – een oude vriend, die niet thuis blijkt te zijn. Daardoor komen we erachter dat hij meer in zijn fantasie leeft dan in de werkelijke wereld. Dat is een wonderlijke ontdekking. In de tussentijd is de storm gaan liggen en ruiken we het voorjaar. Een echte Gellings.

 Mysterieus. Maar ook ‘dromerig, melancholiek, humoristisch’. Of ‘sprookjesachtig’ en zelfs een beetje ‘absurdistisch’. Typeringen die te vinden zijn op Pauls website. Als lezer moet je accepteren dat een lijk niet dood is, dat een krokodil kan knipogen en kwispelen, dat zelfs je beste vrienden niet in het echte leven staan maar enkel bloeien in hun fantasie, dat buschauffeurs welhaast per definitie gewelddadig zijn. Dit is geen traditioneel Hollands realisme – en als het absurdisme is, staat het stevig in een herkenbare en verifieerbare realiteit. 'Magisch realisme' noemde Paul het onlangs tegen me toen we met elkaar belden ter voorbereiding op deze presentatie.

Zondagavondbuurt is een veelzijdige bundel, vol vreemde vogels. Die monnik. Dat lijk dat niet dood is. Die buschauffeurs. Waldo in zijn fantasiewereld. Japanse toeristen op het Merwedeplein. Een man die wraak neemt – de scherprechter. De seksbeluste tante die haar neefje verleidt. Een Pool die door mensenvlees te eten de oorlog overleeft – de kannibaal. Een onderwijzer die teert op zijn herinneringen. Net als een muziekcriticus die zijn oude liefde weerziet – een verlopen pianiste. Het is opvallend dat herinneringen een grote rol spelen in de verhalen in Zondagavondbuurt, en hier en daar heb ik het gevoel dat die terugblik autobiografisch van aard is. Maar daar staat tegenover dat in enkele verhalen de oorlog nadrukkelijk aanwezig is – een oorlog die Paul net zo min heeft meegemaakt als ik.

 'Huwelijksnacht in Prora' is mijn favoriet. Paul en Erna waren een paar maanden terug op het eiland Rügen, in het voormalige Oost-Duitsland. Daar bevindt zich in het plaatsje Prora een reusachtig vakantiehotel dat in de jaren dertig door de nazi’s werd gesticht. Een affiche uit 1939 – hoogblonde jongeman met zijn hoogblonde financée – inspireerde Paul tot zijn verhaal: een jong stel gaat er op vakantie een mooie blonde baby maken. Dat hotel is volkomen absurd door zijn ligging en zijn afmetingen, door het personeel dat er rondloopt en de gasten die het ontvangt, maar je kunt er eten en drinken, overnachten, strandwandelingen maken, het staat helemaal in die herkenbare en verifieerbare werkelijkheid. Maar de oorlog breekt uit, het is september 1939, de zon is een monsterachtig grote lamp, het hotel brokkelt af, het strand raakt verlaten, ‘de stilstaande tijd leek in een hysterische stroomversnelling terechtgekomen’. Dát is schrijven.

Zondagavondbuurt is een bundel die ik u van harte aanbeveel. We wisten al dat Paul een voortreffelijk auteur is, maar hier laat hij zich van een geheel nieuwe kant zien. Dat het zo’n mooi boek is geworden – om iedereen recht te doen – is natuurlijk ook te danken aan de uitgever, Anton Scheepstra, de vormgever, Ruurd de Boer, en de vaste redacteur van Uitgeverij Passage, Roos Custers.

Anton Brand / Groningen, mei 2017


De lezer snapt: Paul Gellings had het nog druk met signeren, die middag. Hou Boterdiep117 in de gaten voor de volgende optredens van Paul Gellings in respectievelijk Groningen, Amsterdam en Amen. (al staat de meeste informatie ook al hier)


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen